Personeel op nummer één
De vraag naar technische vakmensen blijft groeien. Tijdens de VTi ontbijtsessies leren de partners van elkaar hoe innovatie – technisch én mensgericht – helpt om sterker te worden in instroom, ontwikkeling en behoud van medewerkers. Ondernemers die het verschil maken met visie, lef en resultaat krijgen het podium om te vertellen hoe ze een specifiek thema hebben aangepakt en wat ze onderweg allemaal hebben geleerd.
In de ontbijtsessie van maandagochtend 11 mei stond generatiemanagement centraal. Hoe kan je als werkgever zo goed mogelijk omgaan met wat de verschillende generaties ons te bieden hebben? Ferry Slijkerman, operationeel directeur van Hiensch, neemt de zaal mee in de verjongingsslag van zijn bedrijf.
Jongere generatie in de directie
Ferry kreeg de techniek met de paplepel ingegoten, aangezien zijn vader een installatiebedrijf had. Al op zijn twaalfde gingen hij met hem mee op klussen en werkte zelf als monteur bij diverse installateurs. De laatste 8,5 jaar kwam hij bij Hiensch terecht. Toen de algemeen directeur met pensioen ging, heeft de directie van Hiensch heel bewust de keuze gemaakt om iemand uit een jongere generatie aan de directie toe te voegen. Nu is Ferry met 33 jaar dus operationeel directeur en DGA. Ferry: “Van uitwerken van wat anderen bedenken, ben ik naar zelf bedenken gegaan en zit ik nu aan het stuur.”
Hiensch is een onafhankelijk advies- en engineeringsbureau voor technische installaties. Ze hebben momenteel 42 medewerkers in dienst, voornamelijk adviseurs, projectleiders en engineers. In de afgelopen jaren zijn er bij Hiensch fors meer jonge collega’s op de vloer gekomen. Ferry vertelt over die ontwikkelingen: “Vanaf dag 1 als directeur vond ik het belangrijk om echt structurele aandacht voor de mens achter de engineer of adviseur te hebben. Werkplezier is zo belangrijk: je ziet je collega’s vaker dan het thuisfront. Als je het met z’n allen leuk hebt, dan komt de rest vanzelf.”
De medior als cruciale schakel
Hiensch ziet de medior als cruciale schakel tussen junioren en senioren in. De medior stuurt de junior aan en bewaakt de juiste manier van werken. Een medior besteeds ongeveer 1 à 2 uur per dag aan deze buddy-functie. Ferry: “De medior spreekt ook veel meer de taal van de junior.” De junior haalt zelf technische kennis op bij de senior: bottom-up in plaats van top-down. De senior wordt benaderd op zijn of haar vakmanschap, niet op communicatie of overdracht. Deelnemers in de zaal zijn nieuwsgierig naar deze aanpak; een deelnemer vraagt hoe ze het voor elkaar krijgen dat junioren die informatie actief gaan ophalen bij senioren. Ferry: “Het begint al bij de eerste kennismaking met mij, ik benoem dat dit onze manier van werken is en het komt ook terug in hun onboarding. Ook informeel stimuleer ik uitwisseling, ik laat ze samen een rondje wandelen of zorg dat ze samen zitten in de lunchpauze.” Het resultaat is volgens Ferry dat de starters snel productief en zelfstandig zijn.
Ferry is begonnen met een nulpuntmeting per collega en met gestructureerde voortgangsgesprekken op vaste momenten. Hij is zelf duidelijk aanwezig op de vloer: “Ik zie vanuit mijn strategische positie iedereen binnenkomen, dus als er iemand een paar keer achter elkaar niet vrolijk binnenkomt, dan stap ik daar op af.” Bij Hiensch wordt bewust en expliciet aandacht besteed aan verbinden in de organisatie. Door teambuildingsactiviteiten, sportieve activiteiten met collega’s – soms ook met partner. Ferry: “Het jaarlijkse skiweekend kan altijd op veel animo rekenen”. Het feit dat hij deze presentatie op krukken moet geven vanwege een gebroken voet heeft daar niks mee te maken, vertelt hij daar snel en met een knipoog achteraan. Successen worden goed gevierd en als het lukt organiseren ze één keer per maand een integrale kennissessie. Ferry: “De laatste ging over netcongestie, over wat de gevolgen zijn van de wijzigingen die vanaf 1 juli ingaan en wat we nu kunnen doen.”
‘Wat wil jij achterlaten?’
Ferry’s inspanningen van de afgelopen 3,5 jaar werpen merkbaar hun vruchten af: de scores op werkplezier, werkdruk etc. schommelden eerst rond de 6 en 7, en zitten nu bijna allemaal tegen de 8. De wens om te verjongen is gelukt: enthousiaste jonge medewerkers geven positieve vibe aan de organisatie en jonge mensen trekken ook weer nieuw talent aan. Ook de 60-plussers vinden het fantastisch, zolang zij ook maar de ruimte blijven krijgen om de dingen op hun eigen manier te doen. Ferry accepteert dat, zolang daar maar open en duidelijk over gecommuniceerd wordt. Vanuit de zaal komt er nog een tip om aan de wat oudere collega die binnen enkele jaren met pensioen gaat de vraag te stellen: “Wat wil jij achterlaten?” in plaats van iemand te dwingen om 25 jaar aan opgedane kennis en ervaring in 1,5 jaar over te dragen. De consensus in de zaal lijkt in ieder geval dat begrip voor de verschillende generaties helpt om ieders leven aangenamer te maken, en vooral niet direct in vooroordelen te schieten.
Deze ontbijtsessie over generatiemanagement wordt opgevolgd door een verdiepende masterclass van Laura Bas op woensdagavond 24 juni. Dit was de laatste ontbijtsessie van school 2025-2026. Volgend schooljaar worden er weer nieuwe ontbijtsessies georganiseerd!
Kom naar de volgende ontbijtsessie
De vraag naar technische vakmensen blijft groeien. Tijdens de VTi ontbijtsessies leren we van elkaar hoe innovatie – technisch én mensgericht – helpt om sterker te worden in instroom, ontwikkeling en behoud van medewerkers.